Copyright: Ypsilon
Datum: Sat Sep 13 19:14:55 2008

Dit artikel is afkomstig van één van de voormalige websites van Ypsilon (psychoseplein of schizofrenieplein).
De informatie wordt de komende tijd ingevoerd in de herziene website : Ypsilon.org
De pleinen worden niet meer geactualiseerd.

Herinneringen in de toekomst

De tragedie van het menselijk verlies ... en hoe verder

Elk ramp veroorzaakt in het leven van de mensheid verlies aan mensenlevens. Dan staat de wereld even stil en treurt een hele stoet van mensen samen met de nabestaanden.

In het leven van families met een chronisch ziek familielid sluipt ook verdriet naar binnen. De zieke geneest niet en haalt waarschijnlijk de ouderdom niet meer.

Een dood door een ongeluk overvalt de omgeving. De oorzaak ligt buiten de doden. Zij konden dat niet helpen. Zij hadden er de hand niet in. Een dood door zelfdoding is een ander verhaal. Dat is een dood door eigen hand. Wel onverwacht, vaak wel door een ziekte. Maar welke? Hoe? Waarom?

Een reeks van vragen barricadeert bij de nabestaanden de weg naar de verwerking van hun verdriet,

de weg naar hun toekomst. Denny Kayser probeert met zijn boek Herinneringen in de toekomst een wegwijzer te geven om nabestaanden te helpen dit zware proces door te gaan.

'Met het verlies van de naaste is in wezen het eigen bestaan aangetast', zo beschrijft Kayser in een paar woorden de kern van het leven van een nabestaande van iemand die door zelfdoding om het leven is gekomen.

Het grootste deel van zijn boek bevat zijn waarnemingen en ervaringen met nabestaanden van zelfdoding getoetst aan de bevindingen van een forum van vakgenoten op het gebied van onderzoek en theorievorming. Hij weet de aandacht van de lezer bij dit nogal technische en met vakjargon doorspekte gedeelte vast te houden door middel van treffende citaten van nabestaanden.

De meeste beschrijvingen en adviezen zijn van toepassing of bruikbaar voor elk geval van scheiding en dood. Iedereen maakt dat mee in het leven.

De een komt er goed overheen en de ander blijft er in hangen, komt niet verder, ziet geen toekomst meer.

Wat verwerking van dood ernstig kan bemoeilijken is de manier waarop de dood is ingetreden en hoe de sociale omgeving waartoe de nabestaande behoort daarop reageert. Op zelfdoding, dood door eigen hand, kan door geloof of opvoeding een taboe rusten. In vele families was dat (en is het soms nog steeds) een onderwerp waarover niet werd gesproken, waarover zelfs werd gelogen. De ouderen onder ons zullen zich dat nog wel herinneren.

Het leven ging door. Het rouwproces werd vooral door uiterlijke rituelen bedreven. De achterblijvers werd het zwijgen opgelegd in familie- en vriendenkring. Dat is nu vaak nog zo. Aan het uiterlijk ritueel van de uitvaart wordt volop deelgenomen maar daarna moet het gauw over zijn met het verdriet. Zo niet bij Kayser. Hij besteedt uitvoerig aandacht aan alle obstakels die het proces van rouwverwerking na zelfdoding specifiek maken. Zoals de problemen bij het erkennen dat de dood een zelfdoding was, het waarom, het op zoek gaan naar informatie bij dokters, psychiaters, leraren. De waarde van een afscheidsbrief. Tegenstrijdige gevoelens worden mogelijk veroorzaakt door de mate van af- respectievelijk aan-hankelijkheid van de nabestaande aan de overledene. Haat-liefdegevoelens kunnen leiden tot boosheid en schuldgevoelens. De nabestaande kan als het ware verdrinken in een baaierd van boosheid en liefde, verdriet en opluchting. Verdriet en huilen, schuldgevoelens en (zelf)verwijt, alles mag er zijn. Bij Kayser heeft elke emotie een plaats en kan doorleefd worden zonder oordeel.

Als karakteristieke reactie bij nabestaanden van zelfdoding noemt Kayser (evenals Diekstra, Van der Wal en Cleiren) 'de boosheid op hulpverleners van de overledenen wegens (vermeende) onzorgvuldige behandeling'.

Het is jammer dat Kayser hier nergens terugkomt op het woordje 'vermeende', noch erkent dat de hulpverlening in dezen echt hier en daar een flinke steek laat vallen. Misschien niet in het eind-effect maar wel in een nagelaten poging tot tijdrekken zodat andere hulp ingezet had kunnen worden die mogelijk andere perspectieven had kunnen openen. Ik mis hier een kleine tegemoetkoming aan nabestaanden die op dit punt wel eens gelijk zouden kunnen hebben met hun boosheid op een hulpverlener.

De behandelaar/psychiater in 'Carmello, mijn onbegrensde kind', een van de zes aangrijpende ervaringsverhalen achter in het boek, doet dat wel. Hij stelt zich na de dood van zijn patiënt heel kwetsbaar op. Aan de moeder vraagt hij heel open: "Heb ik gefaald, was ik fout, neem je het mij kwalijk?"

De moeder antwoordt: "Ja, je had de rechterlijke machtiging niet mogen opheffen." En verder:"het waren integere vragen van hem, vond ik. Hij stelde zich kwetsbaar op." Zoiets doet goed. Uiteindelijk vraagt ze zich af welk ingrijpen nog iets anders had kunnen brengen dan: "Verplicht leven, voor een ander?"

In zijn boek wijdt Kayser een hoofdstuk uitsluitend aan het rouwen van kinderen. Daar werd vroeger helemaal geen aandacht aan geschonken. Bij kinderen is de leeftijd en het daarmee verbonden niveau van kennis over de dood belangrijk. Dit hoofdstuk zou verplichte lectuur moeten zijn voor ouders, leerkrachten van elk opleidingsniveau en hulpverleners. Bij kinderen kan er zoveel fout gaan in de opvang. Door goede informatie en deskundigheid zou veel later leed voorkomen kunnen worden.

Aangezien Kayser schrijft dat er maar weinig literatuur bestaat over rouw door kinderen heeft hij hier een hele belangrijke aanzet gegeven tot ontwikkeling van beleid op dit gebied. Hij zou er eigenlijk een apart boekje aan moeten wijden. Aan de buitenkant van dit boek valt niet te zien dat het zo belangrijk is voor de opvang van kinderen.

Een ander bijzonder informatief deel van het boek is het hoofdstuk over 'rouw-groepen': gespreksgroepen voor nabestaanden van zelfdoding. Binnen Ypsilon kennen wij ook al tien jaar dit soort zelfhulp door en voor nabestaanden. In een van de verhalen achterin het boek wordt met dankbaarheid verwezen naar die hulp van Ypsilon.

Wat mij verbaast is dat de aangehaalde citaten uitsluitend komen uit de verhalen van vrouwen, evenals de ervaringsverhalen achter in het boek. In het hele boek komt niet aan de orde of er verschil is in het rouwen tussen mannen en vrouwen. Als er 'leuke dingen om te doen' opgenoemd worden komt Kayser niet verder dan een cursus aquarelleren of bloemschikken! Ik vraag me af of Kayser niet over mannen schrijft omdat hij er toevallig niet mee in aanraking is gekomen in zijn rouwgroep of dat mannen gewoon geen hulp van buiten zoeken.

Voor het overige niets dan lof voor Kayser die met dit boek een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan het doorbreken van het taboe op zelfdoding en op het rouwen daarom door achterblijvers. Een belangrijke bijdrage vooral door het aanbod van overzichtelijk geordende, uitvoerige informatie bestemd voor iedereen die bij nabestaanden van een zelfdoding is betrokken zoals familie en bekenden, leerkrachten en hulpverleners. Dit om met inzicht en begrip nabestaanden bij te kunnen staan. Om mensen bij te kunnen staan die na een zelfdoding in hun omgeving weer op weg moeten met herinneringen aan een dode, die verder moeten in hun eigen toekomst.

Liesbeth Gerris

'Herinneringen in de Toekomst, een perspectief voor rouw na zelfdoding' (D. Kayser), Uitg. Elsevier/De Tijdstroom, ISBN 903522194X, prijs: f 59,50.

Dit artikel is afkomstig van één van de voormalige websites van Ypsilon (psychoseplein of schizofrenieplein).
De informatie wordt de komende tijd ingevoerd in de herziene website : Ypsilon.org
De pleinen worden niet meer geactualiseerd.