Copyright: Ypsilon
Datum: Sat Sep 13 19:14:50 2008

Dit artikel is afkomstig van één van de voormalige websites van Ypsilon (psychoseplein of schizofrenieplein).
De informatie wordt de komende tijd ingevoerd in de herziene website : Ypsilon.org
De pleinen worden niet meer geactualiseerd.

Boekenmarkt stort zich op schizofrenie

Je merkt het aan alles: de aandacht in kranten, een niet aflatende stroom televisieprogramma’s en twee films: schizofrenie is ’in’. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ook de boekenmarkt een toontje meeblaast. Maar liefst vier boeken verschenen er de afgelopen tijd over schizofrenie. De wetenschappelijke boeken nog niet eens meegeteld. Toch is het niet vier keer hetzelfde verhaal dat verteld wordt. De insteek is telkens anders. Net als de kwaliteit.

’De stille kamer’ is van de vier titels het langst op de markt. Het boek vertelt ’het moedige gevecht van een schizofrene vrouw’, zoals de ondertitel luidt. Het is het levensverhaal van Lori Schiller, een Amerikaanse die op haar zeventiende voor het eerst stemmen hoort.

Het is Lori zelf die, met hulp van een co–auteur, het verhaal vertelt. Ze is echter niet de enige die het woord voert. Afwisselend beschrijven ook haar ouders, broer, huisgenote en behandelaar de volgende fase in Lori’s leven – �n het leven van henzelf uiteraard. Immers, door te kiezen voor deze opzet bied je ook de omgeving de ruimte het eigen verhaal te vertellen. En die ruimte nemen ze.

Broer Steven vertelt hoe hij het zijn ouders aanvankelijk kwalijk nam toen zijn zus voor het eerst in een inrichting werd ’opgeborgen’. Moeder beschrijft hoe ze samen met pa de draak steekt met de therapeute na afloop van de gezinstherapie. Allen vertellen met een openheid die het de lezer mogelijk maakt om met Lori en haar familie mee te lijden en mee te leven.

Want gek genoeg is het boek, ondanks de lange weg vol ziekenhuisopnames, behandelingen met medicijnen en therapie�n, een success story. Dat heeft alles te maken met de periode waarin het boek eindigt: Lori is er na lange tijd in geslaagd te leren leven met het feit dat ze ziek is, maar bovendien krijgt ze een nieuw medicijn dat bij haar zeer goed aanslaat.

Als nietsvermoedende lezer blijft daarom al snel het beeld bij je hangen dat ze alsnog ’genezen’ is. En al gun ik haar dat graag, ze zou de eerste zijn. Lori, blijkt uit de achterflap, is 34 als haar boek verschijnt. Zou een vervolg hierop nog steeds zo positief zijn?

Minder succesvol is de autobiografie Als de muziek zwijgt van Ross David Burke. Hij neemt, direct als zijn boek klaar is een zware overdosis drugs, waarmee een eind komt aan ’een reis door de schizofrenie’. Anders dan deze ondertitel doet vermoeden, komt schizofrenie pas naar voren als het boek al halverwege is.

Het boek is vooral een verhaal over drugs, seks en weer drugs. Bladzij na bladzij beschrijft Burke een leeg leven, waarin trips en hallucinaties de boventoon voeren. Vrienden van Burke hebben de biografie vooraf geverifieerd en voorzien van voetnoten. Hun arbeid getuigt van vriendschap, maar geven het boek meer gewicht dan het waard is.

In de twee Nederlandse titels ten slotte heeft Ypsilon zelf de hand gehad. De eerste is Onbekende huisgenoten van Guusje Silver. Het boek bevat een verzameling van interviews die ze eerder schreef voor Ypsilon Nieuws, gecombineerd met Epilonkjes. Bovendien staan er verhalen in die nooit eerder zijn gepubliceerd en die vooral betrekking hebben op Guusjes jongere jaren.

Wat opvalt aan het boek is de grote verscheidenheid in thema’s die Guusje behandelt. Hierdoor geeft het boek een indringend beeld van het brede spectrum waarop een ziekte als schizofrenie zijn weerslag heeft.

De kracht van Guusjes verhalen zit vooral in haar enorme opmerkingsvermogen. Ze ziet en hoort alles, ook de dingen die niet uitgesproken worden. Het verklaart waarom in alle verhalen niet het gesproken woord, maar juist de emotie erachter zo expliciet naar voren komt.

Pijn, strijd, liefde en volharding vormen de rode draad in de verhalen. De Epilonkjes voorzien van een vleugje humor, de interviews vooral gericht op de vraag hoe je verder kunt, hoe je niet blijft ’hangen’ in je verdriet. Juist daarom ben je niet bedacht op de enige uitzondering hierop: het verhaal ’Laat je niet kennen’. Dit verhaal is neergetekend in een zwartgalligheid die zijn weerga niet kent en doet daarmee afbreuk aan de andere verhalen.

Afgezien van dit schoonheidsfoutje biedt Onbekende huisgenoten Ypsilonleden een schat aan herkenning. Doordat de verhalen een goed beeld geven van de ingrijpende gevolgen van schizofrenie, kan de bundel bovendien dienstdoen als eye opener voor buitenstaanders.

De tweede uitgave waar Ypsilon bij is betrokken, is het boek Hun weg liep dood. Vellah Colcher schreef het op verzoek van de afdeling Amsterdam. Het boek is een verzameling interviews met nabestaanden van mensen die een eind aan hun leven maakten. Alle ge�nterviewden zijn lid van Ypsilon.

De ernst van de problematiek doet de buitenstaander vooraf vermoeden dat de verhalen wellicht erg zwaar op de hand zijn. Toch is dat niet het geval, hetgeen vooral te danken is aan de prettige schrijfstijl van de interviewster. In alle verhalen kiest ze ervoor uitsluitend de ge�nterviewde aan het woord te laten, waardoor elk verhaal ��n lang citaat is. Het geeft de verhalen iets directs, iets persoonlijks – mits voldoende wordt doorgevraagd, hetgeen een enkele keer niet gebeurt.

Opvallend is dat voor de meeste ge�nterviewden de su�cide van hun naaste niet onverwacht kwam. Uit de verhalen klinkt steeds opnieuw een besef door dat ’dit nooit lang goed kon gaan’. Ze zien hoe hun naaste lijdt, lijden zelf mee maar kunnen niets anders doen dan machteloos toekijken. Zoals Annet, die meegaat als haar broer zich vrijwillig laat opnemen en eerder al een zus heeft verloren:

"De psychiater die ons te woord stond, zei tegen mijn broer: ’We willen je wel opnemen, maar je moet beloven dat je je hier niets aandoet, want dat kunnen we hier niet gebruiken.’ Mijn broer antwoordde: ’Die belofte kan ik niet geven.’ Zo eerlijk was hij gewoon."

Behalve het besef van het onvermijdelijke is er nog iets dat heel sterk uit de verhalen naar voren komt: de doorleefdheid waarmee de ge�nterviewden het verhaal kunnen vertellen. Deervaring met de zelfdoding van hun naaste is een onderdeel gaan vormen van hun eigen leven. Niet in de zin dat ze erdoor geobsedeerd zijn, nee, juist niet. "Niemand heeft hier schuld aan, niemand!" zegt dezelfde Annet nadat haar broer na overplaatsing zichzelf alsnog heeft gesu�cideerd. "Hij zelf het minste, hij kon niet anders."

Niet alleen die woorden, maar de totale houding van Annet en alle anderen, maken nieuwsgierig naar de manier waarop zij die onvoorstelbare klap te boven zijn gekomen. Toch, en dat is jammer aan het boek, zal de lezer dat slechts tussen de regels door kunnen vinden. Elk nieuw interview begint met de kop ’Het verhaal van Jannie’ of ’Het verhaal van Angela’. Maar goed beschouwd gaan de verhalen helemaal niet over Jannie of over Angela. Zij vertellen de lotgevallen van hun overleden kind, broer of man. Hun eigen verhaal had minstens zo indrukwekkend geweest en het is jammer dat daar zo weinig van is terug te vinden.

Het enige verhaal waarvoor dat niet geldt, is juist het verhaal van Vellah Colcher zelf. Voor haar kwam de zelfdoding van haar dochter w�l onverwacht, ook omdat ze pas later begreep dat hier sprake moest zijn geweest van schizofrenie. Vellah beschrijft heel nadrukkelijk hoe zij en haar man elkaar hebben opgevangen. Hoe ze vrienden dreigden kwijt te raken en zij zelf het initiatief namen voor hernieuwd contact.

Interviews gaan doorgaans dieper dan wanneer je mensen hun eigen verhaal laat schrijven. Voor Vellah geldt het omgekeerde.

Lori Schiller & Amanda Bennett: De stille kamer. Uitgave: Luijting–Sijthoff, Amsterdam. Prijs: f 29,90

Ross David Burke: Als de muziek zwijgt. Uitgave: Anthos, Amsterdam. Prijs: f 39,90

Guusje Silver: Onbekende huisgenoten. Uitgave: Callenbach/Ypsilon, Baarn. Prijs: f 29,90

Vellah Colcher: Hun weg liep dood. Uitgeverij Callenbach, Baarn. Prijs: f 29,90

De twee laatste titels zijn ook te bestellen bij Ypsilon. Op pagina 35 staat vermeld hoe.

Dit artikel is afkomstig van één van de voormalige websites van Ypsilon (psychoseplein of schizofrenieplein).
De informatie wordt de komende tijd ingevoerd in de herziene website : Ypsilon.org
De pleinen worden niet meer geactualiseerd.