Copyright: Ypsilon
Datum: Sat Sep 13 19:14:45 2008

Dit artikel is afkomstig van één van de voormalige websites van Ypsilon (psychoseplein of schizofrenieplein).
De informatie wordt de komende tijd ingevoerd in de herziene website : Ypsilon.org
De pleinen worden niet meer geactualiseerd.

Onverschilligheid, het stiefzusje van tolerantie

’Een te dunne huid’ – Bram Hulzebos

"De moderne, uit de Verlichting voortspruitende tolerantie, heeft een spuuglelijk, maar momenteel razend populair stiefzusje: onverschilligheid." "Men leeft en laat leven, men sterft en laat doodvallen" met deze zinnen karakteriseert journalist Bram Hulzebos de houding en het gedrag van politiek en hulpverlening ten aanzien van zelfdoding. In zijn boek ’Een te dunne huid’ beschrijft hij zijn zoektocht naar oorzaken, schuld en verantwoordelijkheden in het leven en de dood van zijn vader, die door zelfdoding stierf.

Het verhaal is eerlijk, Hulzebos spaart zijn vader niet en ook zichzelf pakt hij hard aan. Hij stelt vragen waarop hij soms zelf een antwoord geeft, maar vaker ook niet. Hij verbaast zich over het beleid waardoor ernstige pati�nten structureel niet door ervaren psychiaters maar door jonge broekies, artsen in opleiding, worden behandeld. Vaak veel jonger en met een stuk minder levenservaring dan hun pati�nten. Alle hulpverleners met wie zijn vader in zijn laatste levensjaren te maken heeft gehad, waren in opleiding. Veel afgestudeerde en meer ervaren artsen zijn managers geworden. Zij zijn zelden nog aan het bed van de pati�nt te vinden. Voor hen is dit boek een spiegel.

Wat geef ik door?

Na zijn rondgang langs alle mogelijke functionarissen in de hulpverlening, van verpleegkundige tot dominee, schrijft hij in zijn voorwoord: "Met aardige mensen kun je de grachten dempen, maar niemand heeft mijn vader kunnen helpen." Dat is ook zo. In de GGZ wemelt het van de aardige mensen, maar er is een groot gebrek aan doortastende mensen, deskundig, die hun verantwoordelijkheid voor een ander leven durven te nemen. Hulzebos denkt dat er in Nederland duizenden kinderen moeten rondlopen van ouders die te veel drinken, van vaders die in de war zijn en van moeders die het leven niet aan kunnen. Deze kinderen moeten vaak al op jonge leeftijd degenen helpen en beschermen die h�n juist zouden moeten beschermen.
Zijn eigen vader is in zijn jonge jaren heel lief en bezorgd voor de kinderen. Onderwijzer en organist, zeer muzikaal. Tegen de middelbare leeftijd aan, na een huwelijk van vijfentwintig jaar komt hij ’uit de kast’, wordt openlijk homosexueel, vervolgens depressief en raakt aan de drank.
Geleidelijk begint voor alle gezinsleden een lijdensweg. Hulzebos beschrijft met een scherp waarnemingsvermogen de gebeurtenissen en de karakters van zijn familieleden.
Hij vraagt zich af wat er in zijn genen zit, "wat geef ik door?" Hij spaart zijn eigen rol in het verhaal niet. Twee dagen voordat zijn vader stierf had hij een paar cadeautjes voor hem gekocht. Hij had die aan de receptie van de kliniek waar zijn vader lag afgegeven en geweigerd ze zelf te overhandigen. Na zijn dood vraagt hij zich af: "Misschien was hij niet gesprongen als ik het hem gewoon even had gegeven."

Mallotigheden in de GGZ

’Een te dunne huid’, een titel die de inhoud dekt. De vader van de schrijver is een van de velen wier huid te dun is om het leven in onze maatschappij aan te kunnen. Een navrant verhaal. De zoon tekent het op met een scherpe pen, een flinke portie droge humor, vaak cynisch. Nergens larmoyant, nergens slachtoffer. Wel kwaad en soms woedend over de mallotigheden die hij in de GGZ tegenkomt.
Hij is verbijsterd dat van al die hulpverleners bij wie zijn vader zijn nood klaagde en zijn eenzaamheid, zijn drankzucht en su�cidaliteit besprak, er niet ��n doorzag hoe de situatie er werkelijk voorstond. De laatste die zijn vader sprak op de middag van de zelfdoding zei later desgevraagd: "Ik zet geen vraagtekens bij alles wat mensen zeggen, want dan kan ik niemand meer behandelen."

Hulzebos beschrijft de eenzaamheid van zijn vader, zijn angsten, de machteloosheid van de kinderen, van zichzelf, de gevoelens van schuld: kortom alle fasen van het leven van een pati�nt en zijn omgeving. De tolerantie die tot onverschilligheid is verworden. Hij ontdekt de reden waarom artsen mensen in nood laten lopen, niet alleen degenen die niet opgenomen willen worden, maar ook mensen die wel willen dat iemand ingrijpt en hen tegen hun eigen daden beschermt. "Daar blijkt een reden voor te zijn", schrijft hij, "een van de stelregels in de psychiatrie is tegenwoordig dat mensen pas opgenomen worden als het echt niet anders kan. Alles ambulant tenzij ..."
Het resultaat van een dolgedraaide wens tot vermaatschappelijking, dankbaar omarmd door de noodzaak tot bezuinigen! Alles afgedekt door het recht op zelfbeschikking. Het maakt niet uit of de hoofdpersoon een mens is met schizofrenie, of manisch depressief, of aan de drugs of drank: het gaat om de hulpverlening die niet meer opgewassen is tegen de problemen van ernstige psychiatrische pati�nten. Een hulpverlening die zich door ethisch/juridische en economische regels dikwijls buiten spel laat zetten. Vaker nog zich erachter verschuilt.

Liesbeth Gerrisegerris@nieuwsbank.nl

’Een te dunne huid’ door Bram Hulzebos, Uitgeverij Contact, ISBN 90 254 0192 9, Prijs € 17,90.

Dit artikel is afkomstig van één van de voormalige websites van Ypsilon (psychoseplein of schizofrenieplein).
De informatie wordt de komende tijd ingevoerd in de herziene website : Ypsilon.org
De pleinen worden niet meer geactualiseerd.